Historiek

51EY8763W1L

"The further back in history one goes, and the further away from the West one gets, the more massive the neglect and cruelty one finds and the more likely children are to have been killed, rejected, beaten, terrorised and sexually abused by their caretakers."

Lloyd deMause, The History of Childhood (The Master Work),

1995, ISBN 1568215517

De Geschiedenis en het ontstaan van de Vlaamse Vertrouwenscentra Kindermishandeling

1979

Start eerste Vertrouwensartscentrum (VAC) ‘Kind in Nood’ Antwerpen

1986

Vertrouwensartscentrum ‘Kind in Nood’ Brussel ziet in de VUB het levenslicht

1987

Vlaams decreet ivm oprichting centrum voor hulpverlening bij kindermishandeling

1987

Oprichting Vertrouwensartscentrum ‘Kind in Nood’ Oost-Vlaanderen

1988

Oprichting van het Vertrouwenscentrum ‘Kind in Nood’ Limburg

1989

Oprichting van het Vertrouwensartscentrum ‘Kind in Nood’ West-Vlaanderen

1989

Officiële erkenning Vertrouwenscentra

1997

Vertrouwenscentrum Kindermishandeling als officiële naam

2002

Ministerieel besluit over de kwaliteitszorg in de vertrouwenscentra 

           Over de geschiedenis van de kindermishandeling

Oude Grieken


Romeinen

Middeleeuwen en

Renaissance

17e eeuw

18e eeuw

Industriële revolutie

tabContainerSprite123

Zelfs in de vroegste geschriften vinden we aanwijzingen terug over wreedheid tegen kinderen. We mogen dus aannemen dat wreedheid tegen kinderen altijd bestaan heeft. Kindermishandeling kwam voor onder verschillende vormen zoals lichamelijk geweld, verwaarlozing, verlating of slavernij.

Mannen en vrouwen bij de Oude GriekenOude Grieken

De Oude Grieken gingen er vanuit dat kinderen enkel tot de wereld van de volwassenen konden toetreden door opvoeding (Aries, 1962). Toch sloegen de filosofen uit die tijd hun leerlingen. Zo maakten ze hen volgzaam en gehoorzaam (Kempe, 1976). Soranus, een Griekse arts, was er zich toen al van bewust dat ook baby’s geslagen of verwaarloosd konden worden (Lynch, 1985).

onderwijs van huisleraar 01
Klik om te vergroten
Romeinen

De “Pater Familias” kreeg bij de Romeinen het recht zijn kinderen te verkopen, te doden of te slaan. Maar er waren ook uitzonderingen. De geschiedenis vermeldt invloedrijke individuen die zich uitspraken tegen de slechte behandeling van kinderen. Plato bijvoorbeeld adviseerde leraars in 400 VC om “kinderen niet onder dwang, maar in spelvorm te trainen”. Vreemd genoeg zei diezelfde Plato ook dat “nakomelingen van de ondergeschikten en oversten – als de kans bestond dat ze misvormd waren – weggevoerd zouden worden (naar een onbekende plaats)” (Eisenberg, 1981).

dndMove

Maria-Durer_lrMiddeleeuwen en Renaissance

In de Middeleeuwen bestond er geen onderscheid tussen de leefwereld van het kind en die van de volwassene. Vanaf het moment dat het kind zonder de constante zorg van zijn moeder kon leven, werd het in de volwassen maatschappij ingeschakeld (Aries, 1962).

17e eeuw

In de 17e eeuw werd gedacht dat het kind baat had bij kinderarbeid. Wrede lichamelijke straffen moesten de discipline handhaven of kwade geesten uitdrijven. De Romeinse arts Paulus Zachias schreef in 1651 dat “klappen op het hoofd van jonge kinderen verwondingen kunnen uitlokken zonder bloedverlies, en dat dit zelfs de dood kan veroorzaken” (Lynch, 1985).
In 1682 beschreef Theophiel Bonet, een arts uit Genève, hoe sommige moeders niet konden of wilden zorgen voor hun eigen baby’s. Hij merkte ook op dat “bloeduitstortingen op het hoofd van jonge baby’s de schuld kunnen zijn van de verzorgster die het kind liet vallen of het ergens tegen sloeg” (Lynch, 1985).

Dorpsschool01 18e eeuw
Klik om te vergroten

18e eeuw

In de 18e eeuw verscheen het eerste concept over de kindertijd in “Emile” van Rousseau. Hij lanceerde enkele revolutionaire ideeën: de opeenvolgende ontwikkelingsstadia, de noodzaak om de mentale functies van het kind te oefenen, het scheppen van een leeftijdgebonden omgeving in het belang van de individualiteit in de ontwikkeling van het kind (Rousseau, 1762).
Kinderen werden in die periode niet in staat geacht zichzelf te verdedigen. Ze hadden wel recht op een specifieke behandeling die het hen mogelijk moest maken om tot de volwassen wereld toe te treden.
De traditionele conditioneringstechnieken die gebruikt werden als opvoedingsmethoden waren echter bijzonder wreed en destructief (Rutschky, 1977). De opvoeding was in essentie een gevecht met de koppigheid en de grillen van het kind, zonder dat het zich bewust was van wat hem overkwam (Miller, 1984).

van houten 1874 19e eeuwIndustriële revolutie

De industriële revolutie viel samen met de uitbuiting van de lagere sociale klassen. Zo werden zuigelingen in Frankrijk en Engeland vanaf hun geboorte naar kraamverzorgsters gestuurd. Zo hoefden de welgestelde moeders hun kinderen niet te zogen en konden ze vlugger opnieuw zwanger worden. Voor de minder fortuinlijke vrouwen was dat de enige manier om hun werk te behouden en te overleven (Badinter, 1980).
De toonaangevende Westerse religies konden de kindermoord pas laat in de 19e eeuw aan banden leggen. Vroedvrouwen stonden in die tijd zelfs bekend als ‘engeltjes-makers’. Ook kinderverlating kwam veel voor. Daarom richtten religieuze ordes vondelingentehuizen op.
Het aantal sterfgevallen onder vondelingen was enorm. Kinderen onderbrengen in weeshuizen was dan ook niet meer dan een handigheidje om kinderen, waarvoor de ouders niet konden zorgen, te laten sterven aan “natuurlijke oorzaken, zonder verantwoordelijkheid te dragen voor de dood” (Eisenberg, 1981).

tabContainerSprite123

dndMove

20e eeuw

Dokters bekommerden zich in het verleden niet om de problemen van mishandelde kinderen. Ze gaven hen enkel een medische behandeling. Artsen hadden geen oog voor kindermishandeling. Toch ontstonden er sinds het begin van de 20e eeuw verenigingen voor kinderbescherming.

1946

In 1946 beschreef John Caffey voor het eerst het verband tussen meervoudige fracturen van de lange beenderen bij zuigelingen en chronische subdurale hematomen. Hij wees de symptomen toe aan een trauma. Maar hij kon zijn collega’s er niet van overtuigen dat de ouders daar misschien zélf verantwoordelijk voor waren (Caffey, 1946).

1951

F.N. Silverman, een collega-radioloog, breidde Caffey’s bevindingen uit door in 1951 te benadrukken dat die verwondingen bewust werden toegebracht (Silverman, 1953).

1961-1962

Pas in 1961 werd een multi-disciplinaire conferentie over kindermishandeling georganiseerd: ‘The Battered Child Syndrome’. Initiatiefnemer was Dr. C. Henry Kempe. In zijn historische verhandeling over de conferentie stelde Dr. Kempe dat “de plicht van de arts en zijn verantwoordelijkheid voor het kind maken dat hij het probleem grondig moet evalueren en moet inschatten of een herhaling van de trauma’s mogelijk is” (Kempe e.a., 1962). Sinds die conferentie en de publicatie van de bijhorende verhandeling zijn aanzienlijke inspanningen geleverd voor de (h)erkenning en behandeling van mishandelde kinderen en hun gezin.

1979

Het maatschappelijk beeld van het kind onderging diepgaande veranderingen tijdens de 20e eeuw. De belangrijkste is de overgang van de traditionele, uitgebreide familie naar het kerngezin.
De maatschappij kan nu eindelijk toegeven en erkennen dat kinderen slachtoffer kunnen zijn van mishandeling. Overal werden structuren opgericht die preventie en behandeling van kindermishandeling als opdracht hebben.
België volgde dezelfde evolutie, maar opvallend trager. Om hieraan te verhelpen creëerde het toenmalige NWK (nu Kind en Gezin) in 1979 vier pilootprojecten aan evenveel universiteiten voor een periode van vier jaar. Hun doel was het bestuderen van detectie, therapeutische benaderingen en preventie van kindermishandeling en
-verwaarlozing in ons land.
In september 1979 startte het Vertrouwensartscentrum (VAC) ‘Kind in Nood’ Antwerpen als eerste Vlaamse centrum.

dndMove

1981-1986

Sinds 1981 zagen artsen op de Medisch-Psychologische Dienst van het Academisch Ziekenhuis Kinderen van de VUB het aantal ernstige gevallen van kindermishandeling jaar na jaar stijgen.
Daarom werd in oktober 1986 een Vertrouwensartscentrum ‘Kind in Nood’ Brussel opgericht. Het personeel werkte er op vrijwillige basis.

1987

Op 8 juli 1987 bepaalde Minister Steyaert dat er in elke provincie een centrum voor hulpverlening bij kindermishandeling moest komen. Het besluit gold ook voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

12/09/87: oprichting Vertrouwensartscentrum ‘Kind en Gezin in Nood’ Brabant

28/09/87: oprichting Vertrouwensartscentrum ‘Kind in Nood’ Oost-Vlaanderen

1988

10/03/88: oprichting van het Vertrouwenscentrum ‘Kind in Nood’ Limburg 

1989

De zes Vlaamse Centra voor Hulpverlening inzake Kindermishandeling, de Centra ‘Kind in Nood’, werden officieel erkend.

01/11/89: oprichting van het Vertrouwensartscentrum ‘Kind in Nood’ West-Vlaanderen

1991-1992

In Mechelen en Turnhout werden de antennediensten ‘Kind in Nood’ opgestart.

1997

De Vlaamse regering vaardigde een besluit uit tot vaststelling van erkenning en subsidiëring van de Vertrouwenscentra Kindermishandeling. De oorspronkelijke benaming, Centrum voor Hulpverlening inzake Kindermishandeling, werd vervangen door ‘Vertrouwenscentrum Kindermishandeling’, een naam die door de zes centra éénvormig zal worden gebruikt.

dndMove

2002

In het kader van het kwaliteitsdecreet kwam er een nieuw besluit van de Vlaamse regering over de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse Vertrouwenscentra Kindermishandeling. Daarnaast verscheen er ook een ministerieel besluit over de kwaliteitszorg in de vertrouwenscentra.

Printvriendelijke versie